RWS-kleding en hi-vis klasse 1, 2 en 3: wat heb je nodig?
Werk je langs de weg, op het spoor of tussen rijdende voertuigen? Dan moet je goed zichtbaar zijn. Hi-vis kleding valt onder de norm EN ISO 20471 en kent drie klassen. Voor werk op en langs rijkswegen stelt Rijkswaterstaat daar nog eigen eisen bovenop. Hieronder wat de klassen betekenen, wanneer je welke nodig hebt en waar RWS-kleding precies aan moet voldoen.
Wat is EN ISO 20471?
EN ISO 20471 is de Europese norm voor hoge zichtbaarheid. De kleding heeft twee soorten materiaal. Fluorescerende stof, die overdag opvalt, en retroreflecterende banden, die in het donker het licht van koplampen terugkaatsen. Fluorescerende stof is er in geel, oranje en rood.
De klasse zegt niets over het soort kledingstuk, maar alles over hoeveel zichtbaar materiaal erop zit. Hoe meer fluorescerende stof en reflectie, hoe hoger de klasse.
Klasse 1, 2 en 3: de minimale oppervlakken
Om in een klasse te vallen moet het kledingstuk minimaal dit oppervlak hebben:
Klasse 3 is de hoogste. Een kleine maat kan daardoor soms een lagere klasse hebben dan een grote maat van hetzelfde model, omdat er simpelweg minder stof in zit. Kijk dus altijd op het label van de maat die je koopt.
- Klasse 1: 0,14 m² fluorescerende stof en 0,10 m² reflectie
- Klasse 2: 0,50 m² fluorescerende stof en 0,13 m² reflectie
- Klasse 3: 0,80 m² fluorescerende stof en 0,20 m² reflectie
Welke klasse heb je nodig?
Welke klasse verplicht is, bepaalt je werkgever of opdrachtgever op basis van het risico. Als richtlijn wordt dit vaak aangehouden:
- Klasse 1: laag risico, overdag, verkeer tot ongeveer 30 km/u. Denk aan magazijnen en afgesloten terreinen.
- Klasse 2: gemiddeld risico, verkeer tot ongeveer 60 km/u. Denk aan wegenbouw in de bebouwde kom, bezorging en distributie.
- Klasse 3: hoog risico, verkeer boven 60 km/u of werken in het donker of bij slecht zicht. Denk aan snelwegen en drukke provinciale wegen.
Klasse halen door te combineren
Een hogere klasse kun je ook halen door losse kledingstukken te combineren. Een jas met klasse 2 en een broek met klasse 1 kunnen samen klasse 3 opleveren. Dat mag alleen als beide stukken los gecertificeerd zijn en de fabrikant de combinatie heeft getest.
Mascot maakt dat makkelijk met letters op het label. Bovenkleding (jassen, truien, T-shirts en bodywarmers) heeft een groepsletter A, B of C. Broeken en shorts hebben een letter X, Y of Z. Met die twee letters zie je direct welke klasse de set samen haalt:
Een voorbeeld. Je hebt een jas uit groep B. Kies je daar een broek met Y of X bij, dan haalt de hele set klasse 3. Met een broek Z blijft het klasse 2.
Bij een Amerikaanse overall telt de combinatie alleen als je de jas of trui over de overall draagt. Draag je een T-shirt of trui eronder, dan bepaalt de overall alleen de klasse.
De letter staat op het productlabel en in de gebruiksinformatie. Een jas is dus niet automatisch klasse 3 en een broek niet automatisch klasse 1. Het label is leidend. Andere merken werken met een eigen systeem; daar staat de toegestane combinatie in de gebruiksinformatie.
- Broek Y: met bovenkleding A, B of C altijd klasse 3
- Broek Z: met bovenkleding A klasse 3, met B of C klasse 2
- Short of driekwart broek X: met bovenkleding A of B klasse 3, met C klasse 2
Wat eist Rijkswaterstaat extra?
Iedereen die voor of namens Rijkswaterstaat buiten een voertuig op of langs een rijksweg werkt, moet veiligheidskleding dragen die aan de RWS-richtlijn voldoet. Die richtlijn gaat verder dan de norm:
Fabrikanten als Tricorp en Mascot hebben aparte RWS-lijnen die op deze eisen zijn gemaakt. Bij een RWS-artikel hoef je zelf dus niet na te meten.
- Alleen klasse 2 en 3 zijn toegestaan. Klasse 2 is het minimum bij daglicht, klasse 3 is verplicht in het donker of bij beperkt zicht.
- De fluorescerende stof is fluor oranje-rood. Marineblauwe accenten mogen alleen op beperkte plekken, zoals de binnenkant van de kraag, zakranden en maximaal 5 cm aan de onderkant van mouwen en pijpen.
- De reflecterende banden zijn zilvergrijs en zitten in een vast patroon: horizontale banden rond het lijf, een band over elke schouder en bij klasse 3 ook banden rond de mouwen en pijpen. In de praktijk heet dat vaak het RWS-strepenpatroon.
- Jassen, vesten en pakken moeten gesloten gedragen worden.
- Het kledingstuk heeft een CE-label met de norm en klasse, zichtbaar en leesbaar.
Logo op RWS- en hi-vis kleding
Een logo op fluorescerende stof haalt zichtbaar oppervlak weg. Bij een te groot logo kan het kledingstuk daardoor onder de klasse zakken. Voor RWS-kleding gelden vaste regels:
Hi-vis kleding valt fiscaal onder werkkleding. Daarvoor geldt de 70 cm²-logo-eis van de Belastingdienst niet. Een klein logo binnen de RWS-maten is dus geen probleem voor de aftrek. Wij controleren bij elke hi-vis bestelling of logo en plek binnen de regels vallen.
- Voorkant: één logo of tekst van maximaal 70 x 70 mm
- Achterkant: één logo of tekst tussen de verticale banden, maximaal 70 mm hoog
- Het logo mag niet reflecteren en mag de reflecterende banden niet onderbreken
- De bedrukkingstechniek moet passen bij de eisen van de kleding, bijvoorbeeld bij vlamvertragende RWS-artikelen
Wassen en onderhoud
Vuil en slijtage maken hi-vis kleding minder zichtbaar. Was volgens het label en houd het maximaal aantal wasbeurten aan dat erop staat. Is de stof verkleurd, zijn de banden beschadigd of is het maximale aantal wasbeurten bereikt? Dan voldoet het kledingstuk niet meer aan de klasse en is het tijd voor een nieuw exemplaar.
Ons korte advies
Vraag eerst na welke klasse en kleur je opdrachtgever voorschrijft. Werk je voor Rijkswaterstaat, kies dan direct een RWS-artikel in fluor oranje. Werk je voor andere opdrachtgevers, dan kan geel of oranje en volstaat soms klasse 2. Twijfel je, stuur ons het werk en de opdrachtgever door. Wij zoeken de modellen erbij en zetten het logo zo dat de klasse behouden blijft.
